Wilhelm Reich

beknopte referentie van school of humankindness: –

Wilhelm Reich, een student van Freud, ontdekt dat er een correlatie is tussen lichaamsbouw en psychotherapeutische thematiek c.q. ontwikkelingsfrustraties. Per ontwikkelingsfase ontstaat, aan de hand van in meerdere of mindere mate ervaren frustraties, een zogenoemde karakterstructuur. Dit is een lichamelijk pantser dat gevormd wordt door een specifieke spiertonus, ademhalingspatroon en orgaanconditie. Dit pantser vormt de fysieke weergave van onze aangepaste, secundaire persoonlijkheid – onze overlevingsstrategie. Reich ontdekt in zijn behandelingen dat door ruimte in het pantser te creëren, de cliënt weer in contact komt met, wat we tegenwoordig, zijn oorspronkelijke primaire persoonlijkheid kunnen noemen. Door weer gehoor te leren geven aan authentieke, spontane ingevingen en impulsen komt de oorspronkelijke verbinding met de (seksuele) levenskracht weer vrij en verbeterde de conditie van zijn patiënten. Huidige bio-feedbackmetingen tonen waarneembare stressreductie en een toename van welzijn.

De term primaire persoonlijkheid valt samen met benamingen vanuit andere mensgerichte, spirituele tradities en perspectieven, zoals ware of hogere zelf, authenticiteit, ziel, monade, essentie, bron, veld, atman, kundalini, shefa, groot mysterie, spirit, tao, etc.

alleen delen o.v.v. schoolofhumankindness.com

terug naar ‘de school’    /    terug naar ‘wat & hoe’   /   terug naar ‘agenda’  of verder lezen:

 

wetenschappelijk artikel over Reich: –

de persoon, zijn werk en zijn betekenis voor de hedendaagse psychotherapie

door Dirk Marivoet, instituut Bodymind Integration te Gent /  diverse achtergrondartikelen

iu[1]Wilhelm Reich, geboren in 1897 in Dobrzanica, toen deel van het Austro-Hongaarse Keizerrijk, nu in Oekraïne, begon zijn medische studies aan de Weense Universiteit in 1918, en trad toe tot het Seksuologisch Seminarie dat opgericht was door Otto Fenichel in 1919. In 1920 op 23 jarige leeftijd, werd hij toegelaten tot de Weense Psychoanalytische Vereniging na de lezing van een verhandeling omtrent libidoconflicten en waangedachten in Peer Gynt. Hij werd door Freud beschouwd als één van zijn meest brilliante studenten. In 1922 werd hij Reich Assistent Arts aan de Weense Universitaire Kliniek voor Neurologie en Psychiatrie, onder Wagner Jauregg.

Reich´s vroegste interesse in seksuologie wat leidde tot het publiceren van een aantal artikels in het Zeitschrift für Sexualwissenschaft was een verlenging van de Freudiaanse libido theorie in een begrijpelijke theorie van orgastische potentie, die Reich voor het eerst voorstelde op het 8e Congres van de Internationale Psychoanalytische Vereniging in Salzburg in 1924. De orgasme theorie stelde dat een stoornis in orgastische bevrediging aan de grondslag van iedere neurotische stoornis ligt en het eigenlijke fundament legde van wat Reich benoemde als een energetische stasis. In plaats van vreugde, diepe bevrediging, en wat Reich “kalme opwinding” noemde, werd neurotische seksualiteit gekarakteriseerd door ofwel frenetische over-opwinding, of door apathie, verlies van seksuele lading, en problemen van frigiditeit of verlies van verlangen.

Parallel met zijn seksuologisch werk stelde Reich in 1921 de oprichting van een Technisch Seminarie voor analytici voor alwaar zij hun moeilijkste cliënten zouden bestuderen. In het Technisch Seminarie bestudeerde Reich processen van de neurotische weerstand, en ontwikkelde geleidelijk een systematische visie op karakterdefensies als een vorm van bevroren geschiedenis, een soort van psychische economie, gebaseerd op orgastische impotentie, die onder de specifieke neurotische symptomen liggen. In 1925 publiceerde Reich de eerste studie in de psychoanalytische literatuur over het impulsieve karakter, of wat heden bekend staat als de borderline persoonlijkheid, gebaseerd op zeer vroege stoornissen met een zwakte in grensvorming. In 1927 tijdens het 10e Congres van de Internationale Psychoanalytische Vereniging, stelde hij de vruchten voor van zijn werk in het Technisch Seminarie, wat leidde tot een systematische voorstelling van zijn technieken van karakter-analyse, wat ten dele de basis vormde van Anna Freud´s latere boek over het Ego en de Defensiemechanismen. In 1930 presenteerde hij zijn theorie van karakteranalyse voor het Duitse Psychoanalytische Gezelschap tijdens een conferentie in Dresden.

Reich was zich ervan bewust dat karaktervorming culturele conditionering weerspiegelt, en Reich werd al snel samen met Otto Fenichel een sleutelfiguur in de radicale linkervleugel van de psychoanalyse, met een helder inzicht in de sociale oorzaken van de neurose. Reich werd een socialist, en paste Marxistisch dialectisch denken toe op de relatie tussen karakter en cultuur, de psychische structuur van het individu en de massapsychologie van de sociale groep. In 1928 werd Reich Vice Directeur van de Psychoanalytische Polykliniek in Wenen, die gratis counseling aanbood aan diegenen die geen analisten honorarium konden betalen. Reich wilde dit uitbreiden door een centrum te creëren voor het geven van gratis seksueel advies, hulp met huwelijksproblemen, en zwangerschapsraadplegingen, en met Freud’s aanmoediging stichtte hij in 1928  het Sozialistische Gesellschaft für Sexualberatung  und Sexualförschung in Wenen. Het had negen sociaal geëngageerde counsellors naast Reich zelf. Reich presenteerde het werk van dit centrum tijdens het 4e Congres van de Wereldliga voor Seksuele Hervorming in Wenen in 1930.

Aan het eind van 1930 verhuisde Reich naar Berlijn en aanvaarde een uitnodiging van de Berliner Sozialistische Ärztebund om een lezing te geven over karakteranalyse. Erich Fromm en Karen Horney leerden van Reich in deze periode. Reich zette zijn “seks-politiek” werk verder door het Deutsche Reichsverband für Proletarische Sexualpolitik op te richten, dat pionierswerk verrichtte in de creatie van mensenrechten met betrekking tot seksualiteit, en pogingen deed om het sociale klimaat te veranderen in de richting van perventie van de neurose door het benadrukken van het recht van kinderen op een levensbevestigende opvoeding. Op 30 januari 1933 werd Hitler Reichskanzler, en begon Reich te werken aan zijn boek “Die Massenpsychologie des Fascismus” dat een moedige en gedetailleerde kritiek gaf op de Nazi ideologie, zijn racistische basis, en haar anti-humane principes en praktijken. Reich  diagnosticeerde de wortels van de autoritaire persoonlijkheid derdig jaar voor Adorno, maar wordt hier amper voor vermeld in de literatuur. De Duitse Psychoanalytische Vereniging volgde een politiek van compromis en geheim bondgenootschap met de Naziregering, en het Deutsche Institut für Psychologische Forschung und Psychotherapie, stond onder de directie van een neef van Hermann Göring. Op 1 Maart kon Reich niet langer zijn eigen of die van zijn familie garanderen in Berlijn, en verhuisde naar Kopenhagen. In November 1933 werd Reich uitgestoten uit de Duitse Psychoanalytische Vereniging zodat ze zich konden distantiëren van zijn radicale gezichtspunten.

In Kopenhagen begon Reich zijn karakteranalytisch werk te verdiepen tot het inzicht hoe karakter fysiologisch verankerd was in lichamelijke defensies, in het bijzonder stoornissen van het ademritme en spiertonus. Hij stelde vast dat iedere karakterneurotische toestand een vorm van diafragmatische spaciteit inhield, en een verstoring in de normale stressbalans en ontspanning in het vegetatieve zenuwstelsel. Met zijn Deense studenten begon hij de theorie en technieken van „vegetotherapie“, een manier van rechtstreeks en onrechtstreeks met de somatische fundamenten van karakterweerstanden te werken, te ontwikkelen. Hij werd in deze focus op het lichaam beïnvloed door zijn tweede vrouw, Elsa Lindenburg, die opgeleid was in Laban bewegingswerk, en een leerlinge was van de Duitse bewegingstherapeute Elsa Gindler. In 1934 op het 13e Congres van de Internationale Psychoanalytische Associatie in Luzern in Zwitserland, stelde Reich voor het eerst zijn nieuwe principes voor in een belangrijk artikel: Psychischer Kontakt und Vegetative Strömung”. Op deze bijeenkomst stemde de Internationale Psychoanalytische Vereniging echter voor de verbanning van Reich op basis van de fascistisch te noemen beslissing van de Duitse Vereniging die een aanganger was geworden van Nazi psycho-politiek.

Reich verhuisde naar Oslo in de herfst van 1935 op uitnodiging van de Scandinavische Psychoanalytische Vereniging, en van Harald Schjelderup, de eerste professor in de Psyschologie aan de Universiteit van Oslo, en zette daar zijn werk voort in de vegetotherapie. Zijn werk werd in die periode de basis voor wat nu bekend staat als “lichaamspsychotherapie”, en die vandaag wereldwijd beoefend wordt. (Lichaamspsychotherapie is heden een erkende hoofdstroom in het veld van de psychotherapie binnen de World Council for Psychotherapy (WCP), en binnen de European Association for Psychotherapy (EAP)).

Reich raakte geïnteresseerd in de studie van de biologische processen die deel waren van de klinische bevindingen in de vegetotherapie, en in 1935 kreeg hij de kans om experimenten uit te voeren omtrent de bio-electrische aspecten van seksualiteit en angst in het Fysiologisch Laboratorium van de Universiteit van Oslo. Wat hij toen bio-electriciteit noemde, noemde hij later „bio-energie“, waarmee hij een pad effende dat later door de Hongaarse bioloog, Albert Szent Györgi zou gevolgd worden die bioenergetische processen in cellen en weefsels bestudeerde en hiervoor de Nobelprijs kreeg.  In 1936 stichtte Reich het “Institut für Sexualökonomische  Lebensforschung” in Oslo, en begon hij de bioenergetische processen in bloed en weefsels te bestuderen.  Hij was in staat om de ontdekking van Otto Warburg te bevestigen, dat gezonde cellen gevitaliseerd worden door een goede zuurstofvoorziening, daar waar ongezonde cellen, in het bijzonder kankercellen, een deficiëntie vertonen in de primaire respiratie. Otto Warburg ontving de Nobel Prijs voor zijn werk. Reich was in staat verder te gaan en legde verbanden tussen de deficiënte respiratie in kankergevallen en de processen van seksuele deprivatie, emotionele capitulatie, en gereduceerde ademhaling, die hij vond bij sommige van zijn vegetotherapie cliënten. Op dat ogenblik ontwikkelde Reich eenvoudige tests voor het detecteren van de tendens tot kanker door microscopische observaties van toestanden van luminescentie en samenklontering in rode bloedcellen.

Reich gaf zijn neurose-preventiewerk niet op in Scandinavië, maar stichtte een nieuw tijdschrift : Die Zeitschrift für Politische Psychologie und Sexualökonomie. Hierin publiceerde hij onderzoeksbevindingen, zijn sociologische kritieken, en een nieuw concept van „arbeitsdemokratie“ (werk-demokratie) die hij verbonden zag met het betrekken van de arbeider in besluitvorming, in de productie, en in de politieke verantwoordelijkheid.
Twee weken voor WOII uitbrak emigreerde Reich naar de VSA, en nam daar het Assistent Professoraat op aan de New School for Social Research. Hier kreeg zijn werk een nieuwe dimensie: hij raakte geïntrigeerd door de relatie tussen bioenergetische processen en de energie in de atmosfeer. Zonder kennis te hebben van het uitgebreide werk dat al bestond in vele landen op het gebied van de klinische toepassing van ionisatiestudies, maakte Reich zijn eigen onafhankelijke onderzoekingen van de ladingstoestanden in de atmosfeer die konden geregistreerd worden met electroscopen, thermometers, en fluoroscopen, en die verbanden aantoonden tussen processen van klimatologische en weersveranderingen, en toestanden van fysieke en emotioneel-mentale gezondheid bij mensen. Reich sprak met Einstein over zijn bevindingen in Januari 1941. Einstein bevestigde de experimentele bevindingen, maar trok een andere conclusie dan Reich. Reich lijkt een energie in de atmosfeer en in het menselijk lichaam herontdekt te hebben, die traditioneel bekend stond als prana, mana, chi, enz.. Reich had deze energie gevonden door zijn werk omtrent het orgasme, en het organisme, en dus noemde hij het “orgone”. Zijn bevindingen zijn parallel aan vele studies binnen medische acupunctuur, en vormde een van de fundamenten van de nieuwe wetenschap van energiegeneeskunde. Reich had een sterk ecologisch bewustzijn, en zijn klimatologisch werk toonde een zeer helder bewustzijn van problemen van planetaire vervuiling, met inbegrip van pollutie door atoomenergie — thema’s die nu de Groene partijen der wereld bezig houden.

Reich´s werk omtrent de preventie van de neuroses zette zich voort met een vernieuwde nadruk op het belang van een goed energetisch contact tussen de moeder en haar baby gedurende de zwangerschap, en in de vroege jaren van de opvoeding. Hij vormde een Infant Research Centre in Maine,USA, om de vroege babybindingssituaties te bestuderen, in hetzelfde jaar dat John Bowlby Moederzorg en gezondheid van het kind voor de WHO onderzocht. Reich’s onderzoeksaccent lag op het belang van oogcontact en huidcontact, afstemming en resonantie, een kwarteeuw voor dit interessethema’s werden in de moderne ontwikkelingspsychologie. Hij begreep de “bron van de menselijke nee” en was in staat aan te tonen hoe schizofrenie zich ontwikkelt wanneer de vroege binding diep verstoord is, en was in staat deze conditie met opmerkelijk succes te behandelen via de technieken van vegetotherapie.

Reich´s bevindingen waren constant uitdagende paradigma’s binnen elk van de disciplines die hij beheerste. Dit ging niet zonder tegenstand, en in Amerika nam de oppositie de vorm aan van belangen van de medische industrie die zich bedreigd voelde door zijn ontwikkelingen binnen de energiegeneeskunde. De Food and Drug Administration – een notoir restrictieve organisatie- sprak een verdict uit dat hem verbood, wat voor hen een ongeautoriseerde vorm van geneeskunde was, uit te oefenen en wanneer hij weigerde zijn werk op te geven, werd hij tot twee jaar cel veroordeeld voor smaad van het hof, alwaar hij stierf aan een hartstilstand in November 1957.
Wilhelm Reich was een paradigma-breker en een paradigma-maker. Zijn ideeën omtrent geboorte, opvoeding, alternatief onderwijs, vrouwenrechten, zelfvervulling en zijn visie omtrent onze plaats in de kosmos, zijn tot op vandaag even revolutionair als ze dat waren in de eerste helft van de vorige eeuw.

Zijn werk opende dikwijls nieuwe horizonten binnen en tussen vele disciplines waarbinnen hij werkte, van psychiatrie, over psychoanalyse, tot sociologie, biologie en uiteindelijk energiegeneeskunde en biofysica. Reich’s inzichten en ontdekkingen waren op vele manieren hun tijd vooruit. Hij voorspelde het afbrokkelen van monogamie, en de scheiding van het kerngezin, hij voorspelde het einde van wetten tegen abortus, geboortecontrole en homoseksualiteit, hij toonde aan hoe lichaamstaal emotionele onderdrukking blootlegt en pionierde lichaamswerk-therapie, hij bracht individuele gezondheid in verband met emotionele factoren en stelde de adoptie van natuurgeneeskunde voor, hij experimenteerde met controle van het weer en creëerde regen in de woestijn.
Hij geloofde dat hij een belangrijke erfenis naliet voor wat hij “de kinderen van de toekomst” noemde, dezen die een generatie na zijn dood, zouden helpen de wereldvisies waarmee we leven te helpen hervormen.

Ik ben na lectuur van zijn oeuvre tot de conclusie gekomen dat er veel wijsheid gevonden kan worden in zowat alles wat Reich geschreven heeft, met inbegrip van de soms geridiculiseerde filosofische teksten van de vroege jaren 1950. Reich had een enorme theoretische kracht, en zelfs Freud’s geschriften, hoewel dikwijls stilistisch beter, lijken vele malen eerder tam vergeleken met die van Reich.

In de bibliotheek van het Instituut voor Bodymind Integration is meer literatuur  van Reich te vinden. Veel van de boeken en tijdschriften zijn originele eerste uitgaven, en uiterst zeldzaam, zoniet onvindbaar, niet alleen omdat ze antiquarisch zijn, maar ook omdat zowel de Nazi’s als de regering van de VS op een bepaald moment zijn boeken verbrand hebben. Een aantal boeken en foto’s in onze verzameling komen rechtstreeks uit de Reich-familie, waar ik sedert jaren contact mee heb. Onze bedoeling is om Reich’s geschriften te inventariseren, en te bewaren.
Reich’s boeken waren op vele manieren controversieel, en op vele manieren ook vooruit op hun tijd. Zijn bevindingen daagden constant bestaande paradigma’s in de disciplines die hij beheerste, uit. Ze zijn heden nog altijd referenties voor vele lichaamsgerichte psychotherapeuten, e.a. Je kan enige achtergrond omtrent zijn leven hier vinden.Wil je Reich zelf lezen, dan hoef je niet zo ver te zoeken: Reich’s werk is heden allemaal heruitgegeven in nieuwe versies (meestal Engels en Duits, bijna niet in het Nederlands). Ik kan iedereen die vanuit professioneel oogpunt geïnteresseerd is in de bodymind zijn lectuur aanbevelen.

Dirk Marivoet, psychotherapeut, psychomotorisch therapeut

terug naar ‘de school’  /  terug naar ‘wat & hoe’  /  terug naar ‘agenda’